De knuffelkuddeIk ben predikant. Vanmorgen was ik bij de werkgemeenschap. Dat is de kring van dienstdoende predikanten in de regio. Classis heet zo’n regio in ons kerkjargon. De meesten wat grijzer, met heel wat ervaring, sommigen nog fris en jong. Onder ons geen sterdominees of wonderdoeners, maar allemaal zeer gemotiveerde en hardwerkende mensen. Goede herders van plattelandskuddes, om zo te zeggen. En ik schrok ervan.

We deden ons gebruikelijke ‘rondje’. Iedereen vertelde wat haar of hem bezighield. Bijna de helft van ons heeft bij het begin van het nieuwe seizoen wel iets. In de vakantie zijn een paar niet echt uitgerust. Een aantal moet het op doktersadvies (soms fors) rustiger aan doen. De motivatie is er bij iedereen, ook de ervaring en de bekwaamheid. Maar de energie of gezondheid schieten tekort. Een enkeling worstelt met hardnekkige tegenwerking of stammenstrijd in de gemeente.

Daar schrik ik van. Welke organisatie kan het zich veroorloven dat de vaste krachten er zo aan toe zijn? Dan worden er toch meteen hulptroepen ingeschakeld? Dan wordt de werkbelasting bijgesteld. Natuurlijk draaien predikanten niet gewoon hun vereiste uren, maar meestal een stuk meer. Predikantschap is ook meer een wijze van leven dan een baan. (Net als boer-zijn trouwens.) Ziekmelden doen ze zich pas als de dokter het voorschrijft. (Best handig voor kerkelijke ‘gezondheidsstatistieken’…) En, heel typerend, vanmorgen was er ook niemand die zich beklaagde over moeheid of haperende gezondheid. Maar er zijn grenzen aan wat we kunnen.

De landelijke kerk, de PKN en in het bijzonder het Dienstencentrum in Utrecht, behoort dat te weten. Ik neem zonder meer aan dat dat zo is. Maar welke ondersteuning is er dan voor predikanten? De werkbegeleiding zou je denken. Nou nee, want die wordt per 01/01/2017 opgeheven. Net als de adviseursposten voor kerkelijke gemeenten. Bezuinigingen zijn noodzakelijker dan gezond functionerende predikanten en gemeenten. Maar, wordt erbij gezegd, natuurlijk staat het de dominee vrij zelf professionele hulp ‘in te kopen’ (ja, zo heet dat tegenwoordig in de kerk). En ook gemeenten kunnen de net ontslagen adviseurs uiteraard gewoon als ZZP-ers weer inhuren.

De kerk moet nu eenmaal zakelijker denken. Ja, vanzelf. Want in bedrijven komen de directies er vast ook mee weg als ze hun personeel zelf laten betalen voor hun noodzakelijke training of therapie? Of toch niet? Is de kerk hier toch wat al te ‘zakelijk’?

Ik zat mij vanmorgen te verbazen over wat we in tien jaar tijd gemaakt blijken te hebben van de Protestantse Kerk. We vermijden inhoudelijke gesprekken over geloof en leven (want daar komt maar ruzie van). We spiegelen ons aan bedrijven en maatschappelijke organisaties (want zo gaat het immers in ‘de echte wereld’). We hollen de basis van plaatselijke zelfstandigheid uit door alles steeds meer te controleren vanuit een centrale bureaucratie (en dan krijgt het topmanagement uiteraard ook ‘marktconforme’ salarissen).

Die hele bureaucratie kost 68 miljoen per jaar, geheel opgebracht door plaatselijke gemeenten. Maar als zij van die ‘dienstenorganisatie’ een dienst vragen, krijgen ze alsnog een rekening. Het lijkt verdacht veel op een bedrijf als Maersk, waar de verschillende onderdelen verplicht met elkaar concurreren en ook voor alles een factuur moeten sturen. Toegegeven, de kerk heeft nog geen last van shareholder value, maar dat  is misschien een kwestie van tijd? Sanctus Neoliberalismus.

Natuurlijk, de kerk zit in een neerwaartse lijn qua mensen en middelen. Haar maatschappelijke positie is totaal veranderd, evenals de inhoud van het geloof van haar leden. De basisoriëntaties van haar leden zijn fundamenteel verschoven en hoe we daarmee een weg moeten vinden is nog onduidelijk. Ondersteuning in de vorm van kant-en-klare oplossingen bestaat dus niet.

Maar is het volledig opheffen van alle ondersteuning een gezonde reactie? Dacht ik niet. De koers die nu wordt ingezet betekent dat welvarende gemeenten zich wel zullen redden, maar de grote meerderheid van kleintjes, die ondersteuning juist extra kunnen gebruiken, hebben daar geen middelen meer voor en bekijken het dus maar. De kleine groep predikanten die er slag van heeft hun handel te verkopen, vinden ook hun weg wel, maar de grote meerderheid van gewone dominees mag het verder gewoon zelf uitzoeken. Of zou de kerk van plan zijn hen elk jaar zo’n € 4.500 extra te geven om hun eigen begeleiding te kunnen betalen? (Dat is het budget voor specialisten in de gezondheidszorg, dat een collega in die sector ook elk jaar krijgt.)

Een kerk die vooral leuke en positieve dingen in de media wil laten zien – kijk eens, alweer zo’n leuke pioniersplek! en we hebben nu ook een homodominee in Amsterdam! – laat het grootste deel van haar gemeenten en predikanten gewoon aan hun eigen lot over. Koude sanering noemen onze veeboeren dat.

En mijn werkgemeenschap van predikanten? Ach, we boeren verder, ook al worstelen we met energie of gezondheid. Maar of dat de toekomst moet zijn?

Herders in de velden
Getagd op: