De staat Israël viert haar 70-jarige onafhankelijkheid. Dat was om precies te zijn op 4 ijar 5778 (19 april 2018). Is er reden om te vieren?

Zonder meer. Maar… En daar zit het probleem: in dat ‘maar’. Velen blijven er meteen in steken en slaan het vieren over, of wijzen het zelfs verontwaardigd af. Ik vind dat je eerst moet vieren. Daarna verdient het ‘maar’ alle aandacht.

Geen land zo gecompliceerd als Israël. Het herbergt vanaf haar eerste begin een botsing van culturen en is voortdurend onderdeel van de machtspolitiek van buren en grootmachten. Religie is met dat alles nauw verbonden, destemeer nog als dat ontkend wordt. Geen land ook dat zo snel en zo hevig reacties uit heel de wereld kan oproepen en dat zo streng langs de morele maatstaf van anderen wordt gelegd. De massale broedermoord in Syrië, de politieke en economische puinhoop in Irak, de schier onoplosbare politieke en religieuze verdeeldheid in Libanon, de totalitaire regeringen van Egypte of de Arabische staten – ze worden geaccepteerd als ‘facts of life’. Maar als Israël…! En gemakshalve wordt een uiterst ingewikkelde en voortdurend veranderende situatie teruggebracht tot een simpel schema van daders en slachtoffers, respectievelijk ‘de Joden’ en ‘het Palestijnse volk’. Daarvoor worden dan steevast redenen aangevoerd die allemaal best redelijk kunnen klinken, maar die de fundamentele afkeer van een Joodse staat nauwelijks kunnen verbergen.

Het kan ook omgekeerd. Kritiekloos wordt alle politiek van de staat Israël goedgekeurd of toegejuicht. En ook daarvoor voert men redenen aan. Vaak zit daarin een sterk religieus element. Hetzij van gelovigen die op de staat Israël al hun profetische verwachtingen projecteren alsof religieuze visioenen letterlijk geschiedenis worden. De bijbel wordt dan vermaakt tot een soort eigendomsakte van het land en een legitimatie voor alle landpolitiek. Voor anderen is een diepe angst voor de islam de reden om alles wat de staat Israël doet maar goed te keuren. Zulke islamofobie kan zich zelfs heel listig vermommen als a-religieus.

Dan lijkt het wellicht verstandig om hiertussen de middenweg te bewandelen. Helaas, die is er niet. Je kunt niet een beetje voor deze of tegen gene partij zijn. Vanuit onze comfortabele stoel kunnen wij onmogelijk begrijpen wat het is om in een land te wonen dat je helemaal zelf hebt opgebouwd, maar dat omringd wordt door vijandige landen die bij herhaling hebben geprobeerd jou van de kaart te vegen. Of wat het is om al je hele leven vast te zitten in een vluchtelingenkamp, waar je een pion bent in de machtspolitiek van Israël, maar evengoed van je eigen overheid of die van de Arabische buurlanden. Wat het is om drie jaar in militaire dienst te moeten en dingen te moeten doen waarvan we hier geen idee hebben. Wat het is om in het brandpunt van drie wereldreligies te leven, met alle botsingen die daarbij horen.

Kortom, mijn pleidooi is eenvoudig om ons bij voorbaat te gemakkelijke oordeel gewoon maar op te schorten. Israëli’s, seculier of religieus of er tussenin, Palestijnen, moslim, christen of geen van beide, en de omringende landen zullen het zelf moeten oplossen. Dat is een hoogst gecompliceerd proces en laten wij dat nu eens niet van buitenaf belasten met onze steevast te simpele of eenzijdige ‘oplossingen’ of ‘kritische vragen’. Niet voor niets lopen de ‘vredesprocessen’ die van buitenaf gestart worden steeds weer muurvast.

Die oplossing gaat er een keer komen. Het wordt geen Groot-Israël, want dat ontneemt Arabieren en Palestijnen alles. Het wordt ook geen ontmanteling van de Joodse staat, want die is er om te blijven. Of de twee-staten-oplossing nog kans van slagen heeft, is zeer de vraag. Wat het wel wordt zullen we zien. Maar er is zeker hoop. Jongeren overal in Israël en de Palestijnse gebieden raken het zat om door de gevestigde leiding op doodspoor gerangeerd te worden. In Israël groeien zij steeds vaker samen op en spreken elkaars taal. Bijvoorbeeld op de Hand in Hand Schools. In de Palestijnse gebieden trekken Palestijnse en Joodse jongeren samen de woestijn in. Bijvoorbeeld met Musalaha, een christelijk initiatief. Ouders van beide zijden die kinderen verloren door het conflict zoeken elkaar bijvoorbeeld op in de Parents Circle.

Ergens zal daar de oplossing vandaan moeten komen. Niet van fundamentalisten van welke van de drie Abrahamitische godsdiensten ook, niet van gecorrumpeerde machthebbers van de oude garde. Maar heel gewoon van waar ook de bevrijding van de kinderen van Israël begon: bij de slaven, de armen van geest, de weduwe, wees en vreemdeling.

Is er reden om 70 jaar Israël te vieren? Jazeker, alle reden. Want er is een land waar Joden kunnen wonen zonder beducht te hoeven zijn voor vervolging. Er is een land waar het leven delen met de vreemdeling met grote ernst kan worden geleerd. Er is een land opgebouwd dat er vele eeuwen lang niet mocht zijn. Moge Jeruzalem – verknipt, verdeeld en aangevochten als de stad is – toch het appel blijven om ooit een stad van de mens te worden die toch stad van vrede mag heten. Maar waarschijnlijk moeten we inderdaad ‘van bovenaf geboren worden’ om dat te durven zien, horen en hopen. Nou, dan is het daarvoor de hoogste tijd.

Twee keer was ik in Israël en de Palestijnse gebieden, bij elkaar een paar weken. Ik had verwacht mijn meningen te moeten bijstellen en dat was ook zo, maar nogal anders dan ik had gedacht. Het land en de mensen maakten diepe indtuk op mij, zowel in positieve als in negatieve zin. In vier foto’s laat ik zien wat de meeste indruk maakte. Zonder commentaar, want commentaar geven we al veel te vaak.

Bar-mitswa bij de Westelijke Muur in Jeruzalem

De Rotskoepel op de Tempelberg in Jeruzalem

Uitzicht bij Mizpe Ramon, in de Negev

Briefjes in de Westelijke Muur in Jeruzalem

Israël 70 jaar
Getagd op: