Het stond weer eens in de krant: ‘De feiten spreken voor zich. Met een fietshelm op verlagen fietsers de kans op hoofdletsel met 62%.’ De kans dat…! Het zal je maar gebeuren…! En vooral: de feiten! Ironisch genoeg ging het artikel verder over fietshelmen voor de kinderen, maar niet voor hun ouders. Tellen de feiten voor hen dan niet?
Het probleem met die feiten is dat we ze gelijkstellen aan cijfers. En cijfers staan in een geur van heilige onaantastbaarheid. Wat je kunt becijferen is waar – en omgekeerd. Maar dat is een ernstige denkfout. Want wat we ‘feit’ noemen is altijd een interpretatie, cijfers zelf zijn al een abstractie van de werkelijkheid en bij interpreteren gaat het in de eerste plaats om selecteren wat je wel of niet relevant vindt. Vervolgens gaat het om het leggen van onderlinge en oorzakelijke verbanden.
Door de pleitbezorgers van de fietshelm, of ze daar nu commercieel of ideëel baat bij hebben, worden ‘de feiten’ simpel neergezet: in 2024 belandden 48.900 fietsers met ‘ernstig letsel’ op de spoedeisende hulp en waren er dat jaar onder fietsers 246 doden te betreuren. Een fietshelm verlaagt de kans op hoofdletsel met 62%. Dus: dragen die helm! Lijkt een simpele conclusie.
Inderdaad: simpel. Want als je de cijfers beter bekijkt, liggen die feiten een stuk ingewikkelder. Die ‘kans op’ is namelijk een statistisch gemiddelde voor alle fietsers in Nederland. En gemiddelden negeren een hele hoop details en nuances die nu juist voor jou persoonlijk het verschil kunnen maken bij een redelijke afweging van die ‘kans op’. Zulke cijfers spreken je daarom ook in de eerste plaats aan op je emotie: ‘stel dat…!’ En dat is precies de bedoeling.
Dus even een paar details en nuances. Fietsers belanden vaker op de spoedeisende hulp dan andere weggebruikers: ongeveer tweederde van het totaal van 112.500 verkeersslachtoffers in 2014. Maar van het totaal aantal dodelijke slachtoffers (675 in 2014) maken fietsers niet meer dan eenderde uit. 60-70% van de ziekenhuisbezoeken komt door eenzijdige ongelukken, voor de helft vallen met de fiets. Het hoofdletsel waarvoor we zo ernstig gewaarschuwd worden maakt niet meer dan 10-18% uit van het totaal. Ernstig hoofdletsel komt voor bij 5-6% van de ongelukken met e-bikes of fatbikes.
Alle ongelukken moet je ook zien in het grotere verband, want we fietsen een heleboel in dit land. Er rijden ruim 9 miljoen auto’s rond, maar meer dan 23 miljoen fietsen (waarvan 2,5 miljoen elektrisch). Het aantal autokilometers per jaar per inwoner komt op ongeveer 8.000, maar fietsers doen toch ook gemiddeld 1.000 kilometer. Verreweg de meeste verkeersdoden vallen in Noord-Brabant en Zuid-Holland, want die hebben de dichtste wegennetten. In Groningen en Drenthe vallen minder dan 30 doden in het verkeer. Als je die cijfers vergelijkt met de meer dan 3.000 jaarlijkse verkeersdoden uit de jaren ’70, toen ook de aantallen voertuigen en reizigerskilometers de helft waren van tegenwoordig, dan denk ik dat we helemaal niet zo slecht scoren. Helemaal geen slachtoffers zou het mooiste zijn, maar dan moeten we allemaal gaan lopen.
De laatste jaren is het aantal verkeersdoden flink verminderd, maar veel meer voor automobilisten dan voor fietsers. Auto’s worden steeds veiliger gemaakt voor de inzittenden, maar tegelijk worden ze ook groter een aanzienlijk zwaarder. Als fietsers omkomen in het verkeer is dat in pakweg 40% van de gevallen door een botsing met een auto en die klap komt dus steeds harder aan. De fiets heeft geen kreukelzone, kooiconstructie, veiligheidsgordel of airbag en de auto botst met aanzienlijk meer massa en kracht. Verreweg de meeste ongelukken met fietsers gebeuren in de bebouwde kom.
Een rationele reactie hierop zou zijn om iets te doen aan de (dodelijke) impact die auto’s hebben bij aanrijdingen met fietsers of voetgangers. Alle cijferwerk en kansberekening laat zien dat een maximumsnelheid van 30 km/u in de bebouwde kom ieder jaar een dozijn doden en honderden gewonden zal schelen. De Fietsersbond is daar dan ook een actie voor begonnen. Als automobilist mag ik dat irritant vinden, als fietser en verantwoordelijk burger zie ik het belang ervan zeker in.
Nog wat meer nuances en details. De stijging in het spoedeisende hulp-bezoek zit hoofdzakelijk bij e-bikes en fatbikes en dan overduidelijk bij de tieners en jongvolwassenen. Wij tikken volgend jaar de 70 aan en we fietsen zonder elektrische trucs (afgezien van een naafdynamo voor de verlichting). Onze belangrijke fietsroutes hebben voor een groot deel vrijliggende fietspaden of fietsstroken in 30 km/u zones. Voorrang op kruisingen is duidelijk geregeld. Het verkeer is doorgaans niet erg druk en het aantal verkeersongelukken met fietsers is in onze omgeving beperkt. We zijn gezond, zicht, gehoor en reactiesnelheid werken naar behoren. Wat is dan voor ons de werkelijke waarde van dat statische getal 62%?
Is de fietshelm onzin? Natuurlijk niet, maar kijk wel naar ieders persoonlijke situatie om risico’s nuchter in te schatten. Speel niet voortdurend op angst en onwetendheid van mensen. En sta jezelf en anderen ook toe dat er risico’s zijn zodra je de weg op gaat. (Tussen haakjes: de helft van alle ongelukken gebeurt thuis en ook de helft van de moorden wordt in familieverband begaan.) Ik neem zelf dat risico al zolang ik fiets en dat is nu ruim zestig jaar. Maar als wij volgend jaar de Pyreneeën over gaan fietsen zet ik in de afdaling nu wel een helm op. Daarna trouwens ook, want dat is in Spanje de wet.
En onze kinderen? Die droegen vroeger nooit helmen, niet in het dagelijks verkeer en niet op alle fietsvakakanties. Ze zijn allemaal wel een keer flink gevallen, maar gelukkig liep dat steeds af met de schrik, schaafwonden en blauwe plekken. In een geval bleek het beheersen van de judorol een gelukkige bijkomstigheid. Op die twee keer na dan dat een auto keihard door rood reed en op een haar na een kind miste. Engelen bestaan.