In tijden die op veilige afstand achter ons liggen werd de wereld met enige regelmaat geteisterd door pestepidemieën. Met de medische kennis en middelen van nu zijn wij daar tegen gewapend. Pest wordt veroorzaakt door een bacterie, luisterend naar de naam Yersinia pestis, en die wordt verspreid door rattevlooien. Zo’n zo’n bacterie is niet bestand tegen onze antibiotica. Wij pakken de ziekte aan met wetenschappelijke kennis en wetenschappelijk bewezen methoden.

Daar gaan dokters dan ook prat op: zij werken uitsluitend met bewezen kennis en bewezen methoden. Evidence based medicine. En als samenleving gaan wij er prat op die wetenschappelijke kennis en methoden trouw te volgen. De uitmonstering van 17e eeuwse pestmeesters is daarom alleen nog bruikbaar als carnavalskostuum. En we lachen om de onwetendheid, zo niet het bijgeloof van vroeger tijden. Want wij weten en werken beter– evidence based.

Toch is het iets te makkelijk om heelmeesters van vier eeuwen geleden uit te lachen. Ze hadden in ieder geval begrepen dat er ‘iets’ werd overgedragen en dat mensen daarvan ziek werden. Daarom pakten ze zich van top tot teen in en raakten ze niets aan zonder hun geitenleren handschoenen. Ze wisten alleen nog niet wat dat ‘iets’ was. In hun tijd had Antoni van Leeuwenhoek de microscoop net zo ver weten te ontwikkelen (met een vergroting tot 270x) dat hij sommige bacteriën kon zien, maar daarmee hield de kennis nog op. Om die beestjes echt te bestuderen moeten microscopen nog wel een factor 10 sterker zijn. Virussen zijn nog weer 100-1000 keer kleiner dan bacteriën en daarmee alleen zichtbaar voor een electronenmicroscoop. Van Leeuwenhoek zou bij het zien daarvan van zijn kruk gerold zijn van verbazing.

Maar terug naar onze verlichte tijden. Wij gaan geen rare vogelmaskers met kruiden in de punt opzetten. En het komende carnaval wordt waarschijnlijk ook al niets. Maar vanaf 1 december moeten we in Nederland wel een mondmasker dragen in publieke ruimtes. In omringende landen is dat al maandenlang de regel dus waarom in Nederland niet? Maar curieus genoeg wordt in die discussie ineens het vurig beleden evidence based-principe zonder veel uitleg losgelaten.

Want de overheid zegt zich te baseren op een recente studie van het ECDC naar het nut van niet-medische mondmaskers. De conclusie daarin is merkwaardig genoeg deze: ‘Er is geen bewijs dat niet-medische mondmaskers … een effectieve bescherming bieden … aan de drager.’ (Lees hier de samenvatting.) Zoals Jaap van Dissel van het RIVM ook nog steeds volhoudt, zij het tussen de regels. Mogelijk kunnen die maskers een heel klein beetje helpen (minder dan 2%) en uitsluitend als aanvulling op het afstand houden, dat, naast handen wassen, in feite de enige bewezen effectieve maatregel is.

Waar afstand houden moeilijk is moeten we nu mondmaskers dragen, maar precies van het soort waarvan de meest zwaarwegende onderzoeken hebben aangetoond dat ze niet of nauwelijks effect hebben. Als de overheid stelt dat ‘de bijdrage van mondkapjes aan het tegengaan van verspreiding van het virus van levensbelang kan zijn’, is dat niet gebaseerd op enig solide bewijs. De echte reden lijkt dan ook vooral hierin te zitten: ‘het kabinet (wenst) met de in deze regeling opgenomen mondkapjesverplichtingen tegemoet te komen aan de in de samenleving bestaande behoefte aan duidelijkheid’. Maar door tegelijk een aantal, op zich te verdedigen, uitzonderingen te maken, schept ze niet echt meer duidelijkheid.

Inmiddels draagt een meerderheid van het publiek al een mondmasker. Niet zelden op onjuiste wijze. En naar het lijkt vaak met de gedachte ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Maar er is nu juist wel het nodige bewijs dat onoordeelkundig gebruik van niet-medische maskers wèl de gezondheid schaadt. Zie bv. dit artikel in HP De Tijd. Waarom negeren we dan dat bewijs? Uit angst voor het virus? Of gewoon omdat we anderen zien met een masker?

Dat laatste zou wel eens de sterkste reden kunnen zijn. Mensen voegen zich van nature het liefst naar wat de groepsnorm lijkt te zijn en in de media krijgen we al zeker twee maanden voortdurend die mondmaskers te zien. De Franse filosoof en antropoloog René Girard noemde die menselijke grondhouding mimesis, ofwel ‘naäpen’. Een filosofische observatie die inmiddels door experimenteel onderzoek bevestigd lijkt te worden. De uiterste consequentie van mimesis is wel dat een gemeenschap vervolgens zondebokken gaat zoeken. En dat kan heel concreet worden. Wie nu een officieel toegestane medische reden heeft om ongemaskerd de supermarkt in te gaan, kan waarschijnlijk direct rekenen op boze blikken of ernstiger reacties. En die reacties zijn niet langer evidence based, of zelfs maar rationeel.

Dus wat te doen? Ik denk dat de praktijk simpel is: je schikken naar de regels, al was het maar om geen boete te krijgen. Of je boodschappen voorlopig online doen. Maar ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling. We beperken elkaars vrijheid of leveren kritiekloos onze eigen vrijheid in zonder daarvoor werkelijk redelijke argumenten te hebben. Mondmaskers belemmeren de normale menselijke communicatie en jagen eerder schrik aan. Ze dragen niet of nauwelijks bij aan het tegenhouden van het virus en kunnen juist meer infecties opleveren met andere ziektekiemen. Zo laat je angst regeren en dat is hier zeker niet de beste raadgever.

 

Mimesis