Waar groeit er kerk?

Eerder schreef ik onder de kop ‘Waar blijft de kerk?‘ en dat werd zo ongeveer een schets van mijn kerkelijke levensloop. Dat liep uit op een paar gedachten bij de vraag ‘Hoe dan?’ Hier wil ik eerst wat duidelijker zeggen wat de kerk – in de eerste plaats mijn PKNniet moet doen en dan in welke richting het mogelijk wel zou kunnen. Lees de titel boven dit stuk ook goed: er staat niet ‘Waar groeit de kerk?’, want wat ‘kerk’ is of kan zijn moeten we opnieuw uitvinden. Hopelijk groeit er ergens iets dat ‘kerk’ mag zijn of worden.

Hoe moet het niet?

Kort antwoord: het moet niet zoals vrijwel alles wat de PKN nu doet. Formeel is die kerk een organisatie ‘van onderop’, maar de praktijk heeft dat allang omgekeerd. De werkelijkheid is dat alles, van gemeenten tot aan synode, afhankelijk is van een hoofdkantoor dat zich ‘dienstencentrum’ noemt. Net als bij alle andere maatschappelijke organisaties, van ANWB tot Milieudefensie. En centrale plannen komen steevast neer op een op voorhand nutteloze poging om succesvol te zijn, om weer mee te tellen in de samenleving en vooral om leden te werven onder de jongere generaties. Het functionele denken van de managementwereld overheerst alles. (Over dat managen schrijf ik hierna apart nog een stuk.) Kritiekloos drijft de kerk mee op de heersende neoliberale stroom waarin geld en nut altijd het laatste woord krijgen. En daarachter verschuilt zich heimwee naar volle kerken van vroeger of jaloersheid op volle kerken met hedendaags succes.

 

 

Eerst moet de vraag gesteld worden waar ‘kerk’ en ‘geloven’ nu eigenlijk voor staan. Die vraag wordt consequent vermeden, zodat er stilzwijgend wordt teruggevallen op achterhaalde vormen en inhouden. Nog steeds het oude schema van ellende-verlossing-dankbaarheid. Nog steeds het aan de moderniteit hangende metafysisch-conceptuele denken. Nog steeds het oude dualisme dat we erven van het heidendom. Nog steeds geen kritisch verweer tegen de werkelijke goden van deze wereld: macht, geld en succes. Wie daar tegenaan schopte, zoals bv. Klaas Hendrikse met zijn plagerige boektitel Geloven in een God die niet bestaat, werd aan het lijntje gehouden tot het emeritaat hem vanzelf aan de zijlijn zette. Als er maar geen discussie losbreekt. Maar als de kerk zich ook maar iets zou herinneren van haar Joodse wortels, dan zou ze die discussie juist opzoeken.

Dus: wat moet de kerk niet doen?

  • centraal een ‘visie’ en ‘beleid’ opstellen, die dan vervolgens lokaal verkocht moeten worden > denken in visie en beleid is sowieso achterhaald management-denken;
  • uitgaan van ‘onderzoek’ en ‘vragen uit het land’ > dat onderzoek mist bijna altijd de kern van de zaak omdat iets als ‘geloven’ of ‘kerk-zijn’ nu eenmaal niet te reduceren valt tot meetbare grootheden > bovendien loop je op deze manier in de fuik van ‘u vraagt wij draaien’;
  • denken in problemen en oplossingen > de situatie van de kerk is allang voorbij dat punt en moet eerst de existentiële vragen achter de problemen opzoeken die gaan over fenomenen als angst, hoop, liefde, vertrouwen, levensruimte;
  • pretenderen dat we landelijke ‘experts’ hebben > de werkelijke kennis zit plaatselijk en die moet eerst nog worden gevonden en geactiveerd;
  • schijnoplossingen bedenken van het soort ‘pioniersplekken’ > minstens de helft probeert iets uit dat al eerder is gedaan en uiteindelijk worden ze toch (onnodig bureaucratisch) afrekend op nut voor de bestaande kerk > los daarvan: meestal is ‘gewoon kerk-zijn’ in feite al pionieren geworden;
  • argeloos en onwetend meedobberen op de stroom van internet en social media > juist daar liggen kansen om te communiceren, maar alleen als je dat zelf beheert en de kennis in eigen huis hebt om het veilig en behapbaar te houden (ofwel: exit Facebook, WhatsApp, Instagram, Google domains en al die handige ‘gratis’ software die de kerk onbeschaamd uitmelkt op data en metadata);
  • kerk en theologie ‘maatschappelijk relevant’ willen maken > dat leidt alleen tot aanpassingsgedrag en liters water bij de wijn, plus dat je in maatschappelijke discussies steevast in het defensief wordt gedrongen;
  • domweg de oude beelden van God, Jezus, geloof en kerk blijven vasthouden > de scherpe kanten eraf halen of het wat bijstellen helpt niet om werkelijk de overstap te maken van de moderniteit naar de nieuwe cultuurfase die nu begint te groeien en het getuigt in feite van een gebrek aan geloof;
  • gemeenten en kerkleden als klanten behandelen, afnemers van ‘diensten’ of ‘producten’ > dat werkt alleen maar het alomtegenwoordige consumeergedrag van mensen in de hand en doet geen beroep op hun verantwoordelijkheid en creativiteit of hun zelf nadenken;
  • werken vanuit de oude tweedeling ‘kerk en wereld’ > de kerk heeft geen Woord ‘voor’ de wereld, maar moet het durven om middenin de wereld op zoek te gaan naar waar dat Woord (al hoog en breed) werkzaam is;
  • ‘het geloof’ verdedigen en over dat geloof veel te bescheiden zijn > geloven is een werkwoord en geen set waarheden > toon dan ook hoe dat leeft en kracht geeft, hoe diep dat wortelt en hoe geloven je leert echt realistisch naar de wereld te kijken;
  • … … …

Is er hoop?

Co Westerik, Snijden aan gras (1966)

Altijd, maar wellicht niet binnen de huidige PKN. De structuur zoals die nu is – centralistisch en functionalistisch, met de daarbij horende onvermijdelijkheden als bureaucratie, inefficiëntie en incompetentie (het cumulatief effect van het Peterprincipe en de Wet van Parkinson) – is het resultaat van decennia werk. Dat verandert niet zomaar. Je zou bv. het hele Dienstencentrum moeten opdoeken, maar daarmee haal je dan ook meteen die kerkstructuur onderuit. Daar gaat niemand aan beginnen en als organisatie kan de kerk zich dat niet permitteren. Maar is de kerk naar haar aard en wezen ‘gewoon een organisatie’? Kan ze het uitleggen om het er maar bij te laten?

Misschien steekt er hoop in de oude marxistische Verelendungs-theorie? Zullen kerkleden niet een keer zo vervreemd raken van de organisatie dat de boel vanzelf implodeert? Ik kom genoeg kerkleden tegen die niets meer verwachten of weten willen van ‘Utrecht’. Zelfs ‘de classis’ is al te ver weg. Maar ik weet ook hoe loyaal en braaf kerkmensen kunnen zijn. Kerkverlating is al decennia lang vooral een proces van vervreemding. Gewoon geen aansluiting meer kunnen vinden bij je leven en je levensgevoel. Maar daarmee is ook heel wat kritisch denkvermogen stilletjes uit de kerk verdwenen.

Er is hoop, mits we de moed hebben om weer te beginnen bij het begin. Roland Walls zocht naar wat God met hem wilde. Toen zijn trein vanuit Edinburgh het station van Sheffield binnenreed, vertrok er net een lege kolentrein de andere kant op. Op de achterkant hing een groot papier met de woorden ‘Return Empty to Scotland’. Dat deed Walls. Hij kwam ‘leeg’ aan in Roslin en stichtte de Community of the Transfiguration. Dat werd nooit een grote beweging, maar lees zijn levensverhaal zoals opgeschreven door Ron Ferguson en weet dat hier in alle kleinheid iets groots gebeurde. Roland Walls overleed, 93 jaar oud, in 2011. Zijn denken werkt nog door in de Northumbria Community. Er is hoop – en ‘succes’, ‘effectiviteit’ of ‘relevantie’ hebben daar niet zoveel mee te maken.

Op eenzelfde wijze hebben vier broeders uit Taizé onlangs een gemeenschap gesticht in de Parijse voorstad Pantin. Op uitnodiging van de bisschop, maar zonder enige verplichting. Ze komen zelf ook zonder een plan, behalve dat ze een gemeenschap willen vormen, hun gebeden kunnen zeggen en verder de mensen in de stad willen ontmoeten. Daar woont de hoop: in het ‘leeg’ durven beginnen.

Hoe moet het dan wel?

We moeten niets. ‘Moeten’ zet je automatisch in de modus van prestatie, doelen, bekwaamheden, resultaten, kosten en wat niet al. Maar we ‘kunnen’ waarschijnlijk meer dan we ooit dachten als we het durven om ‘leeg’ te beginnen.

Een goed begin zou zich kunnen spiegelen aan het kerkje van Heveskes. De oorspronkelijke wierde gaat terug tot de Romeinse tijd. Je zou kunnen zeggen: de tijd van Jezus. Vanaf de vroege middeleeuwen hebben hier onafgebroken mensen gewoond. Maar in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd alles gesloopt en een deel van de wierde afgegraven. Het enige dat rest is het kerkje en dat slechts ternauwernood dankzij een reddingsactie op het allerlaatste moment. De buitenkant is gerestaureerd, maar van binnen is het kerkje helemaal leeg. Het nieuwe balkenplafond wordt gedragen door kale baksteenmuren. Muren die een geschiedenis vertellen, dat wel. En de vloer bestaat uit zand en leem, zoals het in de vroegste tijd van haar bestaan ook zal zijn geweest. Rondom is enkel industrie en het industriespoor loopt dwars over de vroegere wierde. Eeuwenlang domineerde de gedrongen kerktoren de omgeving, nu wordt alles beheerst door de industrie rondom. De kerk is net niet geweken voor de goden van industrie en kapitaal. Spiegelt dat niet perfect de positie van de kerk? En is dat geen prachtige kans om leeg te beginnen? Soms doet een kunstenaar of een musicus iets met die kerkvormige lege ruimte.

Hoe zou dat kunnen: leeg beginnen? In de eerste plaats door een reeks vanzelfsprekend lijkende zaken zorgvuldig te vermijden. En dan door je te concentreren om een of twee kernzaken waarin voor jou geloven het beste kan groeien en bloeien.

Vermijd zveel mogelijk:

  • al die zaken die op beheersing en sturing zijn gericht: visie, beleid, management, markt, groeicijfers, prognoses, marktverkenningen, verdienmodellen…
  • de aantrekkelijke verkooppraat: nut, succesverhalen, charisma, leuke dingen, vlotte liedjes, show, die stip op de horizon, (social) media-aandacht….

Concentreer je op dat waar jij het meeste mee kunt:

  • vieren: dagelijks gebed of wekelijkse bijeenkomst, meditatie, gebed, bijbelstudie, stilte, rituelen… – dat wat jou in alle eerlijkheid helpt op je weg naar waarheid;
  • gemeenschap: samen eten, samenleven, samen actievoeren, samen leren, mensen ontmoeten, buurtwerk, gastvrijheid, onderdak voor wie geen dak heeft…
  • heiliging: in de bijbelse zin van ‘apart zetten’, zodat je plekken en tijden creëert waar God gewoon kan zijn of gebeuren, mede als een vorm van verzet tegen het vele dat de schepping ontheiligt…

En wat betreft de achtergrond of onderbouwing van dat ‘lege begin’ twee dingen:

  • Neem de godsdienstkritiek serieus om je eigen, aan de moderniteit verbonden, vooroordelen en denkfouten te kunnen herkennen. Leestip: Erik Meganck, Religieus atheïsme. (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (Eindhoven: Damon, 2021).
  • Oriënteer je grondig (en kritisch) op de Joodse wortels van het christelijk geloof om te voorkomen dat je automatisch in de valkuilen van het ons aangeboren heidendom loopt. Leestip: Friedrich-Wilhelm Marquardt, Bij de slip van zijn kleed… Een christelijke theologie na Auschwitz (Baarn: Ten Have 2003) – tweedehands verkrijgbaar.

Of het met de kerk nog goed komt? Geen idee. Ze heeft alle eeuwen al doorstaan. Maar ze heeft ook om de zoveel eeuwen zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Vandaar mijn vraag: waar groeit er kerk?

Over geloven in de God van Abraham, Isaak en Jakob maak ik mij geen grote zorgen. Dat geloof breekt altijd weer door muren heen en het ontkiemt waar niemand het verwacht. Dat wil zeggen: voor wie ‘leeg’ durft te kijken en luisteren. En gaandeweg vind je de weg.